Yoghurt
Ik ontvang een mail van een mevrouw. Ze schrijft dat ze een zeer kort verhaal heeft geschreven en vraagt of ik het wil delen. Ze schrijft dat ze niets met ‘dat korte’ heeft, liever romans leest, maar dat ze haar verhaal, ‘het ware verhaal van haar leven,’ snel wilde opschrijven aangezien ze stervende is. Ze bood het overal aan, maar iedereen twijfelde aan het autobiografische gehalte. Nu dringt de tijd. ‘Sterker nog,’ schrijft ze, ‘met mijn laatste kracht druk ik op verzenden.’ Ze blijkt de waarheid geschreven te hebben. Op het antwoord dat ik haar stuur ontvang ik een out-of-office-reply.
Yoghurt
Van het eten bij mijn opa en oma herinner ik me vooral hun ogen boven hun borden als ze die na het warme eten aflikten zodat er yoghurt uit gegeten kon worden. Ik weet niet meer hoe de onderkanten van de borden er uitzagen. Ik weet niet meer of hun brillenglazen tegen de randen van de borden tikten. Ik weet niet meer of we melk of water dronken. Samen keken ze mij aan, hoopvol dat ik me in de traditie zou voegen. Mijn moeder had gedurende haar jeugd haar bord met tegenzin afgelikt, maar ze moest wel: er zou aardappel en groente in haar yoghurt zitten. Ik weigerde het mijne af te likken. Dus likte mijn opa mijn bord schoon voordat mijn oma er de koele witte yoghurt in schonk.
Robert Schuit schreef de boeken Het Melkvarken, Flessenhart, Mooie Lieve Schat, Huil maar ik wens je uitstel toe en Er gebeurde o.a. niets en tekende onder meer Er komt altijd een ei uit.
