Winkelier
De kleuter speelt winkeltje. Hij heeft een keukenkastje opengezet, dit is zijn toonbank. Zijn ouders staan voor de toonbank, zij moeten zijn klanten zijn. ‘Wat wilt u kopen?’ vraagt hij. Zijn ouders weten dat hij de vraag niet stelt om een antwoord te krijgen. De kleuter pakt een onderzetter uit de keuken, een onderzetter gemaakt van kurk, donkergekleurd doordat er vaak te hete pannen op worden gezet. ‘Deze is voor degene die ik het liefste vind,’ zegt hij.
Mijn vrouw en ik kijken elkaar aan. We weten wie hij bedoelt.
De kleuter geeft zijn moeder de onderzetter. Ze vraagt hoeveel die kost. ‘Nul euro!’ roept de winkelier, ‘gratis!’ De moeder van de winkelier verlaat de winkel met de onderzetter. Zijn vader staat nog voor de toonbank. ‘Wat wilt u kopen?’ vraagt de winkelier. ‘Wat heeft u zoal, winkelier?’ vraagt de vader. De kleuter pakt een deegroller en zegt: ‘En deze is voor wie ik minder lief vind.’
Nu spant het erom. Hij heeft de macht in handen. Hij kan me een gigantisch bedrag vragen. De afgelopen jaren zijn de prijzen enorm omhoog gegaan in dit winkeltje. Ooit kostte alles een euro, toen vijf, daarna tien en tegenwoordig minstens zestien euro. Nu gaan we merken of hij ook van mij houdt. Ik weet dat hij van me houd, maar dat hij meer van mijn vrouw houdt, regelmatig zegt hij: ‘Ik wil een papa die geen grapjes maakt.’ Ik vraag wat de deegroller kost.
‘Nul euro!’ roept de winkelier, ‘gratis!’ Hij overhandigt zijn vader de deegroller. De vader loopt naar de moeder en gaat naast haar op de bank zitten. Zij houdt haar onderzetter vast, hij zijn deegroller. Vanuit de keuken roept hun kleuter dat ze nog een keer iets moeten komen kopen.
Robert Schuit heeft ook een winkeltje. In dat winkeltje liggen nog exemplaren van zijn boeken Het Melkvarken en Flessenhart en de cartoonbundels Er komt altijd een ei uit, Moffies en Stout stout fruit. De laatste twee zijn geen aanraders. Vijftien euro per stuk, incl. verzendkosten. Stuur een bericht voor een (on)gesigneerd exemplaar!
